Mijn hart barst van opstandigheid om de onmacht van mijn bestaan. Het wil niets meer te maken hebben met de mensen onder wie mijn bleke, zwakke lichaam zich in leven houdt. De vrouwmensen hebben het schijnbaar makkelijker. Ze laten alles over zich heen komen. Ze zijn zich bewuster van de onveranderlijkheid. Zij leven dichter tegen de wereld van hun eigen godheid. Als man wil ik nog steeds de dingen, en misschien ook wel de mensen rondom mij, veranderen. Ik wil scheppen. Maar na mij, zo besef ik, zal een andere komen die op zijn beurt zal scheppen en willen veranderen, en zo verandert er uiteindelijk niets, omdat alles wat veranderlijk is buiten onze mensmacht ligt. Of misschien is de werkelijkheid waarin ik nu leef en wil veranderen slechts een illusie. Misschien en juist omdat ik dingen wil veranderen, verandert er niets en leef ik verder in mijn eigen dromen om mijn onbeduidend bestaan te vergeten.
Door dingen te veranderen schep ik voor mezelf een wereld die perfect is. Ik geloof in mijn dromen en woon in mijn gedachten, voed me met mijn verlangen en mijn wil tot scheppen.
Alles is geest en de geschapen werkelijkheid waar ik met mijn lichaam verblijf is als een toneelstuk geregisseerd door geesten. Als het doek valt is het stuk gedaan, gaan alle toeschouwers naar huis en spelen verder hun eigen tragedie of blijspel. De herinnering vervaagt als inkt op papier. Ook het papier lost op in vezels en kleine deeltjes die in het riool van ons bestaan wegspoelen. Het enige nut van dit nutteloze, vaak pijnlijke bestaan kan enkel aanvaard worden als men beseft dat het toneelstuk dat ik nu speel door mijn geest geschreven werd als een oefening voor zichzelf om hogerop te komen. Een werkstuk in zijn eigen ontwikkeling, zijn eigen evolutie.
Hoeveel werelden zijn er dan? Hoe beperkt is mijn kennis? Hoe kortzichtig mijn toekomst? Of zijn tijd en ruimte ook een van die gespeelde onderdelen in het toneelstuk van mijn leven?
De enige manier voor mezelf is om zoveel mogelijk als geest te leven, los van de materie, los van verlangen, los van willen, los van mezelf. Te leven als geest, het kleinste stofdeeltje op de wind van de oneindige eeuwigheid.